Microsoft heeft preview build 29651 van Windows Server vNext uitgebracht voor deelnemers aan het Windows Insider Program for Business. De build brengt voor het eerst een aantal beveiligings- en opslagfuncties naar on-premises servers die eerder alleen in Azure beschikbaar waren, waaronder Trusted Launch voor virtuele machines en een ingebouwde NVMe-over-Fabrics-initiator. De update laat ook zien welke kant Microsoft op wil met de opvolger van Windows Server 2025.
Trusted Launch voor virtuele machines
De belangrijkste toevoeging is Trusted Launch voor Generation 2-VM's op Hyper-V, een functie die in Azure al langer standaard is. Trusted Launch combineert Secure Boot-afdwinging, een virtuele TPM en versleuteling van de VM-status, gekoppeld aan een lokale Key Storage Provider. Zonder de bijbehorende sleutel start de virtuele machine niet op, wat bescherming moet bieden tegen bootkits en aanvallen op firmwareniveau.
De functie staat nog in een vroeg stadium: er is nog geen ondersteuning voor live migratie tussen hosts, failover-clustering, Hyper-V Replica of beheer via Windows Admin Center. Inschakelen kan vooralsnog alleen via PowerShell, en vereist handmatige stappen zoals het aanpassen van registersleutels onder HKLM:\SOFTWARE\Microsoft\AszIgvmAgent en het inschakelen van de optionele functie IsolatedGuestVm.
Quick Machine Recovery voor geautomatiseerd herstel
Een tweede beveiligings- en herstelfunctie is Quick Machine Recovery (QMR). Wanneer een server een boot-kritieke fout tegenkomt, zoekt Windows Server automatisch naar een cloudgebaseerde oplossing en levert die via Windows Update, in plaats van dat beheerders met een USB-stick langs elke getroffen machine moeten. De functie is in deze preview te activeren via de opdrachten reagentc.exe /SetRecoveryTestmode en reagentc.exe /BootToRe; een schakelaar via Group Policy volgt later.
NVMe-over-Fabrics rechtstreeks in Windows Server
Windows Server vNext krijgt een ingebouwde NVMe-over-Fabrics (NVMe-oF)-initiator, die zowel NVMe/TCP via standaard Ethernet als NVMe/RDMA via RoCE of iWARP ondersteunt. Daarmee kan de server rechtstreeks communiceren met externe NVMe-opslagcontrollers, met dezelfde commandoset als lokale PCIe-ssd's en zonder de overhead van het oudere SCSI-protocol. Configuratie verloopt via een nieuw commandoregelprogramma, nvmeofutil.exe; PowerShell-cmdlets en ondersteuning voor multipathing ontbreken in deze build nog.
ReFS voor het eerst bruikbaar als opstartvolume
Waar het bestandssysteem ReFS tot nu toe alleen op datavolumes kon worden gebruikt, kan Windows Server vNext er in deze preview voor het eerst ook vanaf opstarten. Bij installatie wordt automatisch een WinRE-herstelpartitie van minimaal 2GB aangemaakt; is er te weinig ruimte, dan kan de herstelomgeving zichzelf uitschakelen.
Feedback Hub en overige wijzigingen
De Feedback Hub-app is toegevoegd aan de desktopversies van Windows Server, zodat IT-beheerders rechtstreeks feedback en bugmeldingen kunnen indienen zonder een apart Windows 11-toestel te gebruiken. De app werkt zich automatisch bij.
Verplichte schone installatie vanaf build 29531
Microsoft heeft build 29531 als harde basislijn ingesteld: wie nog op een oudere preview draait (zoals build 26525), moet de machine wissen en opnieuw installeren. Een upgrade vanuit die oudere builds wordt niet meer ondersteund en kan clusterconfiguraties beschadigen.
Bekende problemen in deze build
Microsoft noemt in de release notes zelf een aantal openstaande bugs:
- Een race condition in TLS kan het proces LSASS laten crashen wanneer een hybride sleuteluitwisseling zoals X25519_MLKEM768 slaagt; Microsoft beoordeelt dit als een probleem met hoge ernst. Tot een patch beschikbaar is, kan de hybride sleuteluitwisseling worden uitgeschakeld via Group Policy of TLS-cmdlets.
- Server Core-installaties die voorbij build 29574 upgraden, kunnen een Feature-on-Demand-fout tegenkomen door verouderde licenties van derden.
- Het Insider-dashboard toont het pakket nog abusievelijk als "Windows 11" — een cosmetisch probleem dat later wordt hersteld.
Wat betekent dit voor beheerders?
Build 29651 is nadrukkelijk een preview en niet geschikt voor productieomgevingen. De verplichte schone installatie, het ontbreken van clustering- en migratieondersteuning voor Trusted Launch-VM's en de bekende TLS-bug maken de build vooral relevant voor testomgevingen. Organisaties op Hyper-V die interesse hebben in Trusted Launch of NVMe-oF kunnen de preview gebruiken om alvast kennis te maken met de configuratiestappen, maar doen er goed aan te wachten met uitrol tot de functies breder worden ondersteund. De preview is beschikbaar als Datacenter-, Standard- en Azure Edition-evaluatieversie, met iso's in 18 talen.
Wat kun je hieruit meenemen?
Met build 29651 laat Microsoft zien dat de opvolger van Windows Server 2025 zich vooral richt op het dichten van de kloof tussen Azure en on-premises infrastructuur. Beveiligingsfuncties als Trusted Launch en herstelmechanismen als Quick Machine Recovery, die in de cloud al gemeengoed zijn, komen zo geleidelijk ook naar lokale datacenters, terwijl NVMe-over-Fabrics en ReFS-boot laten zien dat ook de opslaglaag wordt gemoderniseerd.
Voor beheerders is vooral van belang dat deze functies nog volop in ontwikkeling zijn: essentiële mogelijkheden zoals clustering en live migratie voor Trusted Launch-VM's ontbreken nog, en de build kent een aantal bekende, deels ernstige problemen. Wie meedoet aan het Insider-programma kan de nieuwe mogelijkheden alvast verkennen, maar een productie-uitrol is voorlopig niet aan de orde. De komende previews zullen moeten uitwijzen hoe snel Microsoft deze functies verder afrondt richting een definitieve release.

